Guipure

Guipure is eigenlijk een verzamelnaam voor een aantal kanten die veel met elkaar gemeen hebben. De kant wordt zowel in delen als in één keer van boven naar beneden geklost. De Bedfordshire kant uit Engeland is een voorbeeld van een guipure, die in één keer wordt geklost, terwijl de Duitse guipure indien nodig in delen wordt geklost.
Gemeenschappelijk zijn in de ontwerpen de bandjes, vlechten en vormslagen. In veel plaatsen worden voor bepaalde aspecten een heel andere oplossing gebruikt. Zo worden in b.v. de Duitse guipure de verbindingen van de vlechten en vormslagen zo klein mogelijk gemaakt, terwijl ze b.v. in de Cluny groter zijn en daardoor een versierend effect kunnen hebben.
Guipure kanten werden door heel Europa geklost met voor elke streek zijn eigen karakteristieken, zoals de bovengenoemde verbinding en bijvoorbeeld de blaadjes. In veel guipures hebben de blaadjes ronde vormen, maar in de Bedfordshire worden veel wheat-ears gebruikt. Dit zijn rechte vormslagen (uitgerekte moezen), die als blaadjes gebruikt worden.

Torchon

De Torchon is een kant, die op een raster van 45° geklost wordt. Door dit vaste raster zijn de kanten geometrisch van aard. Rondingen en dergelijke zijn op dit raster moeilijk uit te voeren. De gebruikte draad is meestal wat dikker, in ieder geval dikker dan de draad die in de Tule of Chantilly gebruikt wordt. Vaak wordt linnen gebruikt, wat de kant stevig en vrij stijf maakt.
Er bestaan verschillende gronden in de Torchon, die ook nog eens in verschillende slagen geklost kunnen worden. De motieven worden in linnenslag of halve slag geklost al dan niet omgeven door een contourdraad. De buitenrand heeft vaak een waaiervormige schulp in linnenslag of hele slag of een golf in halve slag.

Hollandsche Kant

In het begin van de 20e eeuw werd de Hollandsche kant ontwikkeld. Dit is een guipure kant met veel linnenslag en halve slag-vlakken verbonden met vlechten. De motieven zijn over het algemeen geometrisch of het zijn gestileerde bloemmotieven.
In die tijd werden er verschillende kantscholen in Nederland opgericht om meisjes in de gelegenheid te stellen het kantvak te leren en zo in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De bekendste zijn de Rijkschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam, de kantschool "Ieder voor allen" in Wijdenes en de Nederlandsche Kantvereeniging Het Molenwiekje in o.a. Westkapelle.
De Rijksschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam werd in 1881 opgericht en was gevestigd in het Rijksmuseum. 2 bekende kantontwerpsters waren aan deze school als docenten verbonden, nl. mevr. L.W. van der Meulen-Nulle (1911-1915) en mevr. L.P.J. de Jager Meezenbroek-van Beverwijk (1919-1923). De eerste is vooral bekend om haar ontwerpen in duchesse kant. De laatste was een groot voorvechtster van de Hollandsche kant. Haar ontwerpen waren streng geometrisch met zo nu en dan strak gestileerde bloemmotieven.
De kantklossters hadden vroeger nog niet de beschikking over de kopieertechnieken, die wij tegenwoordig hebben. Er waren nog geen kopieerapparaten, computers en scanners. Doordat de patronen zelf getekend moesten worden, werden ze ook in veel vormen gebruikt; rond, vierkant en ovaal. Ze waren ook lang in omloop en verder tot ver in de 20ste eeuw geklost. Een voorbeeld hiervan wil ik u niet onthouden. In het boek "Hollandsche Kant met passer en lineaal" van de LOKK staat een kantje opgenomen als een hoek. Het ontwerp komt van de Amsterdamse Kantschool. Veel klossters kennen dit kantje als het "Chinese tempeltje". Het werd en wordt veel gebruikt op kantkloslessen om het innemen en uitleggen van vlechten te oefenen. Op de afbeelding hierboven is het uitgevoerd als boekenlegger.
Het voert te ver om hier alle ontwerpsters van de Hollandsche Kant te noemen. Dat waren er velen, ook doordat er in die tijd verschillende kantopleidingen waren. Meer informatie over de genoemde ontwerpsters en al die anderen vindt u in het boek "Hollandsche Kant met passer en lineaal" van de LOKK.

Russische Idria

De Russische Idria of de Russische bandkanten worden o.a. rond Vologda geklost. Daar is nog steeds een redelijke kantindustrie. Het bandje, meestal met 6 paren met een sierdraad geklost, vormt het patroon. Dit kunnen de meest ingewikkelde motieven zijn. De vullingen worden over het algemeen als een “opening” gesloten is met 2 paar van het bandje geklost. Dit kost enig gepuzzel om weer bij het beginpunt uit te komen, zodat het bandje verder geklost kan worden. Leuke kenmerken van de vullingen zijn de verschillende radertjes.

Brugs Bloemwerk

Brugs Bloemwerk is een in delen gekloste kant. Kenmerkend zijn zoals de naam al zegt de bloemen. Deze kennen variaties in vorm (rond, ovaal e.d.) en werkwijze. Ze hebben een even aantal bloemblaadjes, die afwisselend in linnenslag en halve slag (netslag) gewerkt worden. Het hart wordt gevormd door een vulling en eventueel nog een binnenrand vast aan of op afstand van de bloemblaadjes. Bij bloemen horen bladeren in verschillende vormen: enkel blad (recht of gebogen), dubbel blad en 3-blad. Eigenlijk kan je zeggen dat alles wordt opgebouwd door een bandje dat in verschillende vormen en slagen gewerkt wordt.
Tussen de figuren wordt een vulling van vlechten geklost. Doordat redellijk grof garen gebruikt wordt, oogt de kant vrij grof en soms wat stijf.
Of de kant echt in Brugge is ontstaan, is niet meer te zeggen, waarschijnlijk wel.


©2017 Gon Homburg 06 53713715. Laatst gewijzigd: 11-05-2017